Oesters: Zeeuwse holle creuse
In Zeeland wordt de 'Zeeuwse bolle’ creuse gekweekt in de Oosterschelde en de Grevelingen. Na ongeveer 2 tot 3 jaar is de creuse groot genoeg voor consumptie en kunnen ze worden opgevist. De creuses gaan vervolgens in oesterputten waar de natuurlijke omgeving nagebootst wordt. De creuses ontdoen zich hier van eventueel zand waarna ze geconsumeerd kunnen worden. Ze worden verkocht in formaten 1 (de grootste, vaak gebruikt om te gratineren) tot en met 3 (de kleinste).
De smaak van de Oosterschelde-creuse is verfijnd, fris, lichtfruitig en heerlijk zilt. Wanneer je de oester eet, proef je de robuuste zeesmaak en dat is dan ook precies wat deze oester zo speciaal maakt! In het voedselrijke, zuivere en relatief zonnige Grevelingenmeer krijgt deze oester een romige, volle smaak die iets minder zout is dan de variant uit de Oosterschelde.